feb
Navteq: navigatiemarkt groeit lichtjes
De navigatiemarkt zit nog altijd in de lift, maar de grootste groei is eruit. Dat blijkt uit jaarlijks onderzoek door Navteq. In 2010 vond het onderzoek plaats in 13 landen, waaronder zes Europese landen: Duitsland, Frankrijk, Italië, Polen, Rusland en het Verenigd Koninkrijk. In de meeste onderzochte landen was er een kleine groei in het aantal consumenten dat wel eens navigatie gebruikt.
In Europa zijn er verschillende landen waar meer dan 50 procent van de consumenten navigatie gebruiken. Duitsland, Frankrijk en Italië naderen zelfs de 60 procent. In Europa groeide het percentage met 3 tot 6 procentpunten.
In Rusland, een land dat zich nog in een vroeg stadium van de marktcyclus bevindt, bedraagt de consumentenervaring met navigatie minder dan 40 procent. Op de andere rijpere markten (de VS en Australië) bleef de consumentenervaring op het gebied van navigatie relatief gelijk ten opzichte van 2009, waarbij respectievelijk 46 procent en 53 procent van de respondenten aangaf ervaring te hebben met navigatie.
De studie toont aan dat het gebruik van navigatie op mobiele telefoons de rijpheid van de markt volgt. De ervaring hiermee is hoger in de opkomende markten, terwijl in de rijpere markten ingebouwde en draagbare navigatie eerder voet aan de grond kregen. ‘Regelmatig’ gebruik van mobiele navigatie (minstens 1-2 keer per week) volgt hetzelfde patroon en lijkt ook hierbij in de opkomende markten zoals Rusland iets hoger te zijn.
Consumenten bleven het meest regelmatig gebruikmaken van navigatiesystemen in voertuigen, gevolgd door draagbare navigatiesystemen en mobiele telefoons/smartphones. Deze trend gold voor alle onderzochte Europese landen, zelfs de landen waar de algehele navigatie-ervaring het hoogst was voor het segment met mobiele telefoons/smartphones. Het percentage Europeanen dat meldde ‘regelmatig’ gebruik te maken van navigatie op mobiele telefoons/smartphones (29 procent), bleef wel achter op de percentages van de VS (44 procent) en Azie (46 procent). Het aantal Europese respondenten dat aangaf hier ‘af en toe’ gebruik van te maken, bedroeg meer dan 40 procent.